Memorie van toelichting herziening gedragsregels
Versie 2026INLEIDING
Na de gedragsregels van de jaren ‘90 en tussentijdse vernieuwingen van de gedragsregels in Curaçao, Bonaire en Aruba in 2019, was het nodig om de gedragsregels voor de advocatuur van Sint Maarten te herzien. De aanzet hiertoe was reeds in 2019 gedaan maar door omstandigheden niet geformaliseerd. Het tijdsverloop tussen de vorige versie van de gedragsregels alsmede de ontwikkelingen in de advocatuur de laatste jaren nopen tot wijzigingen. De Orde van Advocaten heeft daarom een commissie aangesteld die de gedragsregels heeft herzien. Zij heeft in samenspraak met de deken enkele artikelen geïdentificeerd die aan modernisering toe waren. Daarbij is ook rekening gehouden met de herziene gedragsregels van Curaçao, Bonaire en Aruba. De commissie acht het op grond van het concordantiebeginsel namelijk wenselijk dat de verschillende gedragsregels die gelden in het Caribisch deel van het Koninkrijk, onderling niet al te veel van elkaar afwijken. Het gehanteerde uitgangspunt is dan ook dat een dergelijke afwijking enkel in geval van een specifieke Sint Maartense omstandigheid in bijvoorbeeld cultuur of gewoonte, geoorloofd is. De gedragsregels zijn richtlijnen, die de onderlinge collegiale verstandhoudingen vorm geven en invulling geven aan de open norm van artikel 20 Advocatenlandsverordening.
Het merendeel van de artikelen zijn in strekking ongewijzigd gebleven ten opzichte van de oude gedragsregels. Wel zijn de regels taalkundig in zijn geheel grondig gemoderniseerd. In het artikelsgewijze commentaar wordt in die gevallen dan ook verwezen naar het oude artikelnummer met de opmerking “Ongewijzigd”.
De onderwerpen die met name kritisch onder de loep zijn genomen en zijn gewijzigd, zijn de artikelen over pleitnota’s, belangenverstrengeling, vertrouwelijke correspondentie en publicatie of reclame. Dit is gedaan omdat zij naar het oordeel van de commissie onduidelijk waren (het enkel overhandigen van een pleitnota als hier niets aan wordt toegevoegd bij het voordragen), achterhaald waren of niet meer in de huidige tijdsgeest pasten (de artikelen omtrent publicatie versus de opkomst van sociale media). Daarnaast zijn de gedragsregels gehergroepeerd in 7 hoofdstukken om de leesbaarheid en logica te vergroten.
Enkele onderwerpen uit de oude gedragsregels zijn in zijn geheel uit de nieuwe gedragsregels gelaten. Dit betreft regel 2 (oud), waarin de advocaat zich moest onthouden van elke mededeling waardoor de rechter of de tegenpartij wordt misleid, regel 31 (oud) waarin de advocaat zich moetonthouden zich over een andere advocaat in onheuse of krenkende termen uit te laten (ook bij debatten bij de rechter), regel 33 (oud) over het houden van zitdagen ten kantore of enkel op een eiland waar de advocaat mede gevestigd is en/of kantoor houdt en regel 38 (oud) over belangenverstrengeling tussen die van de advocaat en de cliënt.
De nieuwe gedragsregels zullen na vaststelling door de leden onmiddellijk in werking treden zonder dat hierbij overgangsrecht van toepassing zal zijn. Voor vertrouwelijke correspondentie onder de oude regels geldt dat deze ook onder de nieuwe gedragsregels als vertrouwelijk beschouwd dient te blijven, tenzij onderling anders afgesproken.
Daar waar in de gedragsregels “hij”, “hem” of “zijn” wordt vermeld, dient tevens “zij”, “haar”, “die” of “hen” te worden gelezen.
ARTIKELSGEWIJS COMMENTAAR
1. Algemene regels
Regel 1
De advocaat dient zich zodanig te gedragen, dat het vertrouwen in de advocatuur of in zijn eigen beroepsuitoefening niet wordt geschaad.
➢ Regel 1 (oud). Ongewijzigd.
Regel 2
1. 2. De advocaat dient te vermijden, dat zijn vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van het beroep in gevaar zouden kunnen komen. Het is de advocaat niet geoorloofd een beloning of provisie toe te kennen of te ontvangen voor het aanbrengen van opdrachten.
➢ Regel 4 (oud). Ongewijzigd.
Regel 3
De advocaat dient zich voor ogen te houden, dat een regeling in der minne vaak de voorkeur verdient boven een proces.
➢ Regel 7 (oud). Ongewijzigd.
Regel 4
De advocaat behoort de hem opgedragen zaken zorgvuldig te behandelen.
➢ Regel 8 (oud). Ongewijzigd.
2. Verhouding tot de cliënt
Regel 5
Het belang van de cliënt, niet enig eigen belang van de advocaat, is bepalend voor de wijze, waarop de advocaat zijn zaken dient te behandelen.
➢ Regel 5 (oud). Ongewijzigd.
Regel 6
1. De advocaat is verplicht tot geheimhouding; hij dient te zwijgen over bijzonderheden van door hem behandelde zaken, de persoon van zijn cliënt en de aard en omvang van diens belangen.
2. Indien een juiste uitvoering van de hem opgedragen taak naar zijn oordeel een gebruik maken van zijn verkregen kennis naar buiten eist, staat dat de advocaat vrij, voor zover de cliënt daartegen geen bezwaar heeft en voor zover dit in overeenstemming is met een
goede beroepsuitoefening. VAN DE EERSTE VERSIE IS ER EEN VERDUIDELIJKING GEKOMEN TEN AANZIEN VAN ART. 6 LID 2: Toestemming voor extern gebruik van informatie moest verduidelijkt worden zodat niet langer onduidelijk is of instemming schriftelijk moet zijn. De toevoeging voorkomt discussie en sluit aan op moderne praktijk van digitale communicatie.
3. De advocaat legt zijn medewerkers en personeel de inachtneming van een gelijke geheimhouding op.
4. De geheimhoudingsplicht duurt voort na de beëindiging van de relatie met de cliënt.
5. Indien de advocaat aan een wederpartij vertrouwelijkheid heeft toegezegd of deze vertrouwelijkheid voortvloeit uit de aard van zijn relatie met een derde, zal de advocaat deze vertrouwelijkheid ook jegens zijn cliënt in acht nemen.
➢ Regels 9 en 10 (oud). Ongewijzigd.
Regel 7
1. De advocaat mag zich niet met de behartiging van de belangen van twee of meer partijen belasten, indien de belangen van deze partijen tegenstrijdig zijn of een daarop uitlopende ontwikkeling aannemelijk is.
2. De advocaat, die de belangen van twee of meer partijen behartigt, is in het algemeen verplicht zich geheel uit de zaak te trekken, zodra een niet aanstonds overbrugbaar belangenconflict ontstaat.
3. De advocaat die in een bepaalde zaak de belangen van twee of meer partijen heeft behartigd en die zich als advocaat van een of meer van die partijen heeft teruggetrokken, zal in die zaak of in de voortzetting daarvan niet optreden tegen de partij of partijen, ten aanzien waarvan hij zich heeft teruggetrokken.
4. Het bepaalde in de voorgaande leden strekt zich uit tot alle advocaten, die deel uitmaken van eenzelfde samenwerkingsverband.
5. Het is de advocaat niet toegestaan tegen een voormalige cliënt of een bestaande cliënt van hem of van een kantoorgenoot van hem op te treden behoudens het bepaalde in de volgende leden.
6. De advocaat kan van het bepaalde in regel 7 lid 5 alleen afwijken, indien:
De oorspronkelijke tekst creëren feitelijk een vetorecht voor de voormalige cliënt, wat op een kleine gemeenschap fungeert als blokkade van rechtsbijstand. De nieuwe tekst introduceert een belangenafweging en voorziet in beslissing van de deken wanneer partijen het niet eens worden. Hiermee wordt zowel bescherming van vertrouwelijke informatie als toegang tot rechtsbijstand gewaarborgd.
Regel 8
De advocaat dient zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken. Waar nodig ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil, dient hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. De modernisering maakt duidelijk dat e-mail gelijkwaardig is aan schriftelijke bevestiging.
➢ Regel 11 (oud). Ongewijzigd.
Regel 9
1. De advocaat heeft ook tegenover zijn cliënt de leiding der zaak, maar mag geen handelingen verrichten tegen de kennelijke wil van zijn cliënt. Hetgeen door hem wordt verricht, geschiedt onder zijn verantwoordelijkheid, waaraan hij zich niet kan onttrekken met een beroep op de van zijn cliënt verkregen opdracht.
2. Indien de tussen de advocaat en zijn cliënt verschil van mening bestaat over de wijze waarop de zaak moet worden behandeld en dit geschil niet in onderling overleg kan worden overbrugd, dient de advocaat zich terug te trekken.
3. De advocaat mag de hem verstrekte opdracht niet neerleggen op een daarvoor niet geschikt ogenblik, tenzij de omstandigheden daartoe noodzaken.
4. Een advocaat die zijn opdracht neerlegt blijft desondanks, voor zover zulks in redelijkheid van hem worden gevergd, verplicht tot het nemen van die maatregelen die nodig zijn om schade voor zijn cliënt te voorkomen.
➢ Regel 12 (oud). Ongewijzigd.
Regel 10
1. 2. Bij het verstrekken van informatie aan derden over een zaak die bij hem in behandeling is of is geweest, neemt de advocaat, behalve de belangen van de cliënt, tevens gerechtvaardigde andere belangen in acht. De advocaat verstrekt geen informatie zonder toestemming van de cliënt en vermijdt misverstand over de hoedanigheid waarin hij optreedt.
De advocaat is terughoudend met het geven van inzage in de processtukken. Er bestond spanning tussen terughoudendheid en wettelijke inzagerechten in strafzaken. De wijziging herstelt deze verhouding.
➢ Nieuw.
Regel 11
De advocaat, die bemerkt dat hij tekort is geschoten in de behartiging van de belangen van zijn
cliënt, moet zijn cliënt op de hoogte stellen en hem, zo nodig, adviseren onafhankelijk advies te
vragen.
➢ Nieuw.
Toelichting Nederland: Wanneer ernstige tekortkomingen of regelrechte fouten zodanige vormen
hebben aangenomen of dreigen aan te nemen dat de belangen van de advocaat en die van de
cliënt sterk uiteen gaan lopen, zal de advocaat de cliënt moeten adviseren onafhankelijk advies
te vragen. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de cliënt ernstig nadeel ondervindt of dreigt
te ondervinden als gevolg van de tekortkomingen van de advocaat. Hierbij wordt gedacht aan het
inwinnen van een advies bij bijvoorbeeld een andere advocaat. Dat laat onverlet dat het ookmogelijk is dat de gehele zaak moet worden overgenomen door een andere advocaat als
behandeling van de zaak met inachtneming van de kernwaarden niet langer mogelijk blijkt.
3. Optreden in rechte
Regel 12
1. Onverminderd het bepaalde in regel 13 dient een advocaat die aan een andere advocaat mededelingen wenst te doen die hij vertrouwelijk behandeld wil zien, dit verlangen duidelijk kenbaar te maken vóór de verzending van de eerste van deze mededelingen. De toevoeging verplicht een expliciete aanduiding van vertrouwelijkheid, omdat dit vaak bron is van geschillen.
2. Indien de geadresseerde ervoor kiest aan deze mededelingen niet een vertrouwelijk karakter te verlenen dient hij de afzender daarover onverwijld en aantoonbaar te informeren.
3. Op vertrouwelijke mededelingen als bedoeld in het eerste lid mag in rechte geen beroep worden gedaan, tenzij het belang van de cliënt dit bepaaldelijk vordert, maar dan niet zonder voorafgaand overleg met de advocaat van de wederpartij.
4. Indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, dient het advies van de deken te worden ingewonnen voordat in rechte een beroep als vorenbedoeld wordt gedaan.
➢ Regel 10 (oud). Gewijzigd.
Regel 13
Omtrent de inhoud van tussen advocaten gevoerde schikkingsonderhandelingen mag aan de rechter aan wiens oordeel, of instantie aan wier oordeel de zaak is onderworpen, niets worden medegedeeld zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij.
➢ Regel 19 (oud). Gewijzigd.
De tweede zin “De inhoud van een door de advocaat namens zijn client gedaan schikkingsvoorstel mag echter zonder die toestemming door hem worden medegedeeld indien de advocaat zich het recht daartoe uitdrukkelijk heeft voorbehouden bij het doen van het voorstel.” Uit de oude regel is geschrapt.
Regel 14
1. Bij het bepalen van het tijdstip van overleggen van stukken aan de rechter aan wiens oordeel, of instantie aan wier oordeel de zaak is onderworpen, dient de advocaat er rekening mee te houden, dat de wederpartij een reactie daarop voldoende zorgvuldig moet kunnen voorbereiden, zulks met inachtneming van de regels, zoals vastgesteld door de rechtsprekende instanties op Sint Maarten.
2. Overlegging van een pleitnota is slechts geoorloofd, wanneer zij niet meer bevat, dan hetgeen door de advocaat is bepleit. De wijziging voorkomt dat beperkingen opgelegd door de rechter leiden tot tuchtrechtelijke risico’s of ongelijkheid tussen partijen.
3. Terstond bij aanvang van de pleidooien moet een afschrift van de pleitnota aan de advocaat van de wederpartij worden afgegeven.
➢ Regel 20 (oud). Gewijzigd.
Regel 15
1. Het is de advocaat niet geoorloofd zich in een aanhangig geding anders dan tezamen met de advocaat der wederpartij tot de rechter, aan wiens oordeel, of de instantie aan wier oordeel de zaak is onderworpen, te wenden, tenzij schriftelijk en met gelijktijdig toezending van een afschrift der mededeling aan de advocaat van de wederpartij en voorts zo tijdig, dat die advocaat voldoende gelegenheid heeft om op de mededelingen te reageren.
2. Nadat om een uitspraak is gevraagd, is het de advocaat niet geoorloofd zich zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter te wenden.
➢ Regel 21 (oud). Ongewijzigd.
Regel 16
1. Personen die door de wederpartij als getuige zijn aangezegd of kennelijk zullen worden aangezegd, zal de advocaat vóór het verhoor niet mogen horen. De reikwijdte wordt verduidelijkt omdat de strafrechtelijke context wezenlijk anders is dan civiel.
2. In strafzaken zal de advocaat zich ervan onthouden getuigen, die door het Openbaar Ministerie zijn gedagvaard of opgeroepen, vooraf te horen.
➢ Regel 22 (oud). Ongewijzigd.3. Deze bepalingen gelden niet ten aanzien van de eigen cliënt en personen in dienst van of in een bijzondere relatie staande tot de eigen cliënt.
➢ Nieuw.
4. Betrekkingen tussen advocaten
Regel 17
In het belang van de rechtzoekenden en van de advocatuur in het algemeen behoren de advocaten te streven naar een onderlinge verhouding, die berust op welwillendheid en vertrouwen.
➢ Regel 26 (oud). Ongewijzigd.
Regel 18
1. De advocaat stelt zich met een partij betreffende een aangelegenheid, waarin deze naar hij weet door een advocaat wordt bijgestaan, niet anders in verbinding dan door tussenkomst van die advocaat, tenzij deze laatste hem toestemming geeft rechtstreeks met die partij in verbinding te treden. Dit geldt evenzeer, wanneer de bedoelde partij zich rechtstreeks tot hem wendt.
➢ Regel 29 (oud). Ongewijzigd.
2. De advocaat, die een aanzegging met rechtsgevolg doet, mag dat rechtstreeks aan de wederpartij doen, mits met gelijktijdige verzending van een afschrift aan diens advocaat.
➢ Nieuw.
Toelichting Nederland: Deze regel heeft tot doel het evenwicht tussen partijen in een juridisch geschil te bewaren. De strekking van de regel is om te voorkomen dat de advocaat van een wederpartij een partij bij een geschil overrompelt zonder bijstand van zijn eigen advocaat (RvD Amsterdam 2 mei 2014, ECLI:NL:TADRAMS:2014:113). Voor een rechtvaardiging van een uitzondering hierop is een rechtens aanvaardbare reden vereist om de aanzegging niet aan de advocaat te doen, bijvoorbeeld omdat het beoogde rechtsgevolg anders niet kan worden bewerkstelligd (HvD 5 juli 2010, 5679, ECLI:NL:TAHVD:2010:YA1174).
Een uitzondering op deze regel is alleen aanvaardbaar wanneer het gaat om een aanzegging die, om het daarmee beoogde rechtsgevolg te kunnen bewerkstelligen, niet anders gedaan kanworden dan rechtstreeks aan de andere partij. Indien de advocaat het beoogde rechtsgevolg ook kan bereiken door zijn brief alleen aan de advocaat te zenden, geldt de uitzondering niet (RvD Arnhem-Leeuwarden 26 mei 2014, ECLI:NL:TADRARL:2014:149).
De inhoud van een brief die de ene advocaat aan de cliënt van een de andere advocaat zendt binnen de ruimte die de uitzondering biedt, dient beperkt te blijven tot de toegestane aanzegging met rechtsgevolg en wat daarvoor direct noodzakelijk is. Uitbreiding van de inhoud van zo’n brief komt neer op omzeiling van het in deze regel neergelegde verbod.
Regel 19
1. De advocaat is verplicht, alvorens hij overgaat tot het nemen van executiemaatregelen, zijn wederpartij of, zo deze wordt bijgestaan door een advocaat, die advocaat van zijn voornemen kennis te geven, zulks met inachtneming van de richtlijnen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, St. Maarten en Bonaire, Saba en St. Eustatius.
➢ Regel 25 (oud). Ongewijzigd.
2. De advocaat is voorts verplicht de advocaat van de wederpartij van zijn voornemen tot het instellen van een kort geding procedure in kennis te stellen. De aanvulling voorkomt dat de verplichting tot kennisgeving executies of spoedvoorzieningen onmogelijk maakt.
➢ Nieuw.
Regel 20
Het is de advocaat niet geoorloofd een advocaat of oud-advocaat die ingeschreven is (geweest) op het tableau van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en St. Maarten en Bonaire, Saba en St. Eustatius op te roepen om getuigenis af te leggen ter zake van wat deze in de uitoefening van zijn beroep van advocaat heeft waargenomen alvorens met de deken overleg te hebben gepleegd. Deze regel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de medewerkers en personeel van een advocaat of oud-advocaat. De uitbreiding naar oud- medewerkers was noodzakelijk om vertrouwelijke informatie te blijven beschermen.
➢ Regel 24 (oud). Ongewijzigd.
Regel 21
1. Indien de advocaat bij de behandeling van een zaak een andere advocaat een opdracht verstrekt, moet hij instaan voor de aan hem toekomende vergoedingen en honoraria, tenzij hij een uitdrukkelijk voorbehoud maakt.
➢ Regel 27 (oud). Ongewijzigd.
2. Dit geldt ook in zaken waarin de advocaat kosteloze rechtsbijstand verleent.
➢ Nieuw.
Regel 22 (LID 2 EN REGEL 27 LID 4: De tegenstrijdigheid tussen retentierecht en afgifteplicht van het dossier is opgeheven door duidelijk te stellen dat de deken prevaleert en dat Regel 22 leidend is.)
1. Een advocaat onthoudt zich in beginsel van initiatieven om in een lopende zaak een cliëntvan een andere advocaat tot de zijne te maken. Krijgt een advocaat een verzoek debehandeling van een zaak, die reeds bij een andere advocaat in behandeling is, over te nemen, dan voeren deze advocaten onderling overleg met het doel de opvolgende advocaat behoorlijk in te lichten over de stand van de zaak.
➢ Regel 30 (oud). Onthouden van initiatief is een nieuwe toevoeging.
2. Is de declaratie van de andere advocaat niet voldaan en beroept deze zich op zijn retentierecht, dan is hij niettemin verplicht het dossier op verzoek van de cliënt aan deopvolgende advocaat af te geven onder door de deken te stellen voorwaarden.
➢ Regel 15 (oud). Het afgeven van het dossier onder door de deken te stellen voorwaarden is nieuw.
5. Financiële regels
Regel 23
1. De advocaat is gehouden tot nauwgezetheid en zorgvuldigheid in financiële aangelegenheden.
➢ Regel 37 (oud). Ongewijzigd.2. De advocaat behoort het maken van onnodige kosten te vermijden. Dit geldt evenzeer tegenover de wederpartij van de cliënt.
➢ Regel 39 (oud). Ongewijzigd.
Regel 24
1. Tenzij een advocaat goede gronden heeft om aan te nemen, dat zijn cliënt niet inaanmerking kan komen voor kosteloze rechtsbijstand, is hij verplicht met zijn cliënt bij het begin van de zaak en verder telkens wanneer daartoe aanleiding bestaat, te overleggen of er termen zijn om te trachten deze kosteloze rechtsbijstand te verkrijgen.
2. De advocaat zal voor de behandeling van een zaak, waarin hij kosteloze rechtsbijstand verleent, voor zijn werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook, bedingen of in ontvangst nemen, afgezien van verschotten volgens de daarvoor geldende regels.
3. Wanneer de cliënt mogelijk in aanmerking komt voor kosteloze rechtsbijstand en niettemin verkiest daarvan geen gebruik te maken, dient de advocaat dat schriftelijk vastte leggen.
➢ Nieuw.
Toelichting Nederland: Het eerste lid geeft aan dat de advocaat een verantwoordelijkheid draagt bij het onderzoeken of de cliënt in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtshulp. Dit doet de advocaat voordat de opdracht door hem wordt aanvaard, maar ooktussentijds indien daartoe aanleiding bestaat. Het is immers mogelijk dat een situatie wijzigt of er ontwikkelingen zijn die van invloed zijn op de mogelijkheid dat een cliënt in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtshulp. Dit is aanleiding voor de advocaat om opnieuw te onderzoeken of de cliënt in aanmerking komt voor gefinancierde rechtshulp en daarover zal overleg moeten plaatsvinden.
Het derde lid van deze regel is een uitwerking van de algemene zorgplicht van de advocaat om wezenlijke afspraken met zijn cliënt schriftelijk vast te leggen. De advocaat heeft de verplichting een cliënt erop te wijzen dat deze mogelijk in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand. Bij het nakomen van deze verplichting zal de advocaat een grote mate van zorgvuldigheid moeten betrachten. Als norm voor die zorgvuldigheid geldt dat de advocaat een cliënt die mogelijk in aanmerking komt voor gefinancierde rechtshulp maar daarvan afziet, er uitdrukkelijk en duidelijk op wijst dat hij afstand doet van het recht op gefinancierde rechtshulp. Bovendien zal de advocaat zich er deugdelijk van moeten vergewissen dat de cliënt weet en begrijpt welk recht hij daarmee prijsgeeft. Derhalve heeft de advocaat de plicht na te gaan of de cliënt ook daadwerkelijk afstand wenst te doen van zijn recht op gefinancierde rechtshulp en dat hij de consequenties daarvanoverziet en kan dragen (zie onder andere RvD Amsterdam 1 september 2009, ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0100).
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat ook niet is toegestaan een afspraak met de cliënt dat zijn zaak eerst betalend wordt behandeld en daarna op toevoegingsbasis of andersom (zie HvD 1 december 2014, ECLI:NL:TAHVD:2014:370).
Regel 25
1. Bij het vaststellen van zijn declaratie behoort de advocaat een, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk salaris in rekening te brengen.
2. Het staat de advocaat vrij overeen te komen, dat slechts bij het behalen van een bepaaldgevolg, salaris in rekening wordt gebracht.
3. De advocaat mag eveneens overeenkomen, dat het salaris een evenredig deel zal bedragen van de waarde van het door zijn bijstand te bereiken gevolg.
4. De advocaat richt zijn declaratie aldus in, dat de cliënt daaruit kan zien hoeveel wordt gerekend voor salaris en verschotten. Indien voorschot is ontvangen of betalingen wegens geliquideerde kosten of uit anderen hoofde, voor de cliënt zijn ontvangen of gedaan, behoort de advocaat de bedragen daarvan in de declaratie of afzonderlijk te vermelden en, waar nodig en mogelijk, te verrekenen.
➢ Regel 13 en 14 (oud). Ongewijzigd.
Regel 26
1. Wanneer een advocaat een opdracht aanvaardt, dient hij de financiële consequenties daarvan met de cliënt te bespreken en inzicht te geven in de wijze, waarop en de frequentie, waarmee hij zal declareren.
➢ Nieuw.
Toelichting Nederland: De advocaat moet een redelijk honorarium in rekening brengen en tevens vooraf transparant zijn over zijn honorarium, de kosten en de wijze van declareren. Daardoor zal de advocaat veelal een inschatting moeten geven van de te verwachten tijdsbesteding en hettotaal aan kosten (honorarium). Uiteraard zijn er gevallen denkbaar dat een dergelijke inschattingniet mogelijk is, maar een advocaat kan niet een in redelijkheid wel te geven inschatting achterwege laten met het doel om de informatieverplichting uit het derde lid te ontwijken. De transparantie brengt ook mee dat het tarief, een eventuele andere overeengekomen grondslagvoor de honorariumbepaling, omzetbelasting en de frequentie van declareren inzichtelijk worden gemaakt aan de cliënt.
2. De advocaat behoort zijn cliënt op de hoogte te stellen, zodra hij voorziet, dat de declaratie aanmerkelijk hoger zal worden dan hij aanvankelijk tegenover de cliënt had geschat.
➢ Regel 13 (oud). Ongewijzigd.
3. Ten behoeve van een cliënt voor diens levensonderhoud ontvangen bedragen, mag de advocaat niet bezigen ter voldoening van zijn declaratie.
➢ Regel 16 (oud). Ongewijzigd.
Regel 27
1. Maakt de cliënt tegen de ingediende declaratie bezwaar, dan is de advocaat verplicht de cliënt te wijzen op de terzake bestaande regelingen.
2. Wanneer de cliënt op grond van gehele of gedeeltelijke betwisting der declaratie bezwaar maakt tegen de verrekening daarvan met hem toekomende gelden, worden die gelden tot het beloop van het betwiste bedrag bij de deken gedeponeerd.
➢ Regel 15 (oud). Ongewijzigd.
3. Wanneer de cliënt een declaratie die is verrekend met de door hem betaalde voorschotten, betwist in zodanige omvang dat gehele of gedeeltelijke restitutie van betaalde voorschotten wordt verlangd, is de advocaat verplicht, op verlangen van cliënt, de declaratie ter begroting in te dienen. Het tweede lid is van overeenkomstigetoepassing.
➢ Nieuw.
4. Van het terughouden van dossiers, in afwachting van de betaling der declaratie, maakt de advocaat slechts behoedzaam gebruik. Is de declaratie in geschil, dan wijst de advocaat zijn cliënt op de mogelijkheid het gedeclareerde bedrag bij de deken te deponeren totdat het geschil is beslecht.
➢ Regel 15 (oud). Voorheen niet toegestaan om dossier terug te houden. Nu behoedzaam toegestaan.5. Indien een cliënt specificatie van de declaratie vraagt, dient de advocaat die te verstrekken. De declaratie mag daardoor niet op een hoger bedrag uitkomen, dan de oorspronkelijke.
➢ Regel 15 (oud). Toevoeging tweede zin.
6. Leidt zulks niet tot betaling en gaat de advocaat ertoe over zijn declaratie overeenkomstig de wettelijke regeling in te dienen ter begroting, dan dient hij de cliënt daarvan in kennis te stellen onder toezending van een kopie van de ter begroting ingediende declaratie.
Ter zake van nog niet in rechte vastgestelde vorderingen van hem op zijn cliënt, treft de advocaat geen conservatoire maatregelen en vraagt hij niet faillissement aan, dan na overleg met de deken.
➢ Regel 15 (oud). Voorheen executie bij gebleken noodzakelijkheid en na hernieuwde minnelijke aanmaning. Overleg bij faillissement voorheen met voorzitter RvT.
Regel 28
1. Het is de advocaat niet geoorloofd voor de betaling van zijn declaratie andere zekerheid te aanvaarden, dan een voorschot in geld, behoudens in bijzondere gevallen en dan slechts na overleg met de deken. De toevoeging geeft invulling aan het begrip bijzondere gevallen en voorkomt subjectieve of ongelijke interpretatie.
➢ Regel 16 (oud). Overleg met deken toegevoegd.
2. De advocaat mag zijn declaratie verrekenen met voorschotten en andere gelden, die hij in depot houdt voor de cliënt, dit laatste voor zover die gelden zonder belemmering aan de cliënt kunnen worden uitbetaald en voor zover de cliënt daarmee instemt. Verrekening is niet toegestaan met gelden, waarop, volgens de wet geen beslag mogelijk is.
➢ Nieuw.
6. Werving en publiciteit
Regel 29
Het is de advocaat, onverminderd zijn verantwoordelijkheid voor de wet, toegestaan publiciteit te bedrijven, voor zover zulks niet in strijd is met de gedragsregels.
➢ Nieuw.
Regel 30
De advocaat dient erop toe te zien, dat publiciteit die door of ten behoeve van hem wordt bedreven, in overeenstemming is met de zorgvuldigheid die een behoorlijk advocaat betaamt engeen inbreuk vormt op het streven van advocaten naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen.
➢ Nieuw.
Regel 31
Het is de advocaat niet toegestaan publiciteit te bedrijven waarbij zijn diensten wordenvergeleken met die van andere advocaten.
➢ Nieuw.
Regel 32
1. Het is de advocaat niet toegestaan publiciteit te bedrijven door het rechtstreeks en individueel benaderen van mogelijke opdrachtgevers, niet zijnde cliënten.
➢ Nieuw.
2. De advocaat behoort zich te onthouden van elke poging om een cliënt van een andere advocaat tot zijn cliënt te maken.
➢ Regel 28 (oud). Ongewijzigd.
Regel 33
Het is de advocaat niet toegestaan in publiciteit tot uitdrukking te brengen dat hij overspecialistische deskundigheid beschikt, tenzij de door hem verworven kennis en ervaring aannemelijk is.
➢ Nieuw.
Regel 34
1. Het is de advocaat niet toegestaan bij publiciteit melding te maken van de uitkomst van zaken of van succespercentage.
➢ Nieuw.
2. Behoudens voorafgaande toestemming van de cliënt is het de advocaat niet toegestaan publiciteit te bedrijven over de bijzonderheden van zaken die bij hem in behandeling zijn of zijn geweest, over de persoon van zijn cliënt of over de aard en omvang van diens belangen.
➢ Lijkt op Regel 35 (oud).
Regel 35
Advocaten die gezamenlijk of met anderen publiciteit bedrijven, dienen de indruk te vermijden dat er sprake is van een verdergaande samenwerking dan overeenstemt met de werkelijkheid.
➢ Nieuw.
Regel 36
1. De publiciteit van de advocaat over zijn tarieven en voorwaarden dient ondubbelzinnig en duidelijk te zijn. Daartoe dient in ieder geval duidelijk te zijn op welke diensten zij betrekking hebben. Uit de publiciteit moet voorts blijken of verschotten en eventuele andere kosten in het tarief zijn begrepen. De verplichting wordt concreet ingevuld om onduidelijke of misleidende tariefcommunicatie te voorkomen.
2. Het is niet toegestaan in publiciteit te volstaan met minimumprijzen.
3. Het is de advocaat niet toegestaan in de publiciteit zijn tarieven of voorwaarden te vergelijken met die van andere advocaten.
4. De advocaat is gebonden aan de door hem gepubliceerde tarieven en voorwaarden.
➢ Nieuw.
Regel 37
Reclame van de advocaat mag niet de indruk wekken dat een ander daar verantwoordelijk voor is.
➢ Nieuw.
Regel 38
Het is de advocaat niet toegestaan in reclame waaronder niet is begrepen de eigen website van de advocaat melding te maken van door hem beklede functies, waarin hij benoemd is door een rechterlijke instantie, functies in de rechterlijke macht of functies die hij bekleedt in de Orde van Advocaten. De oorspronkelijke regel was te breed en kon normale professionele vermelding op (bvb) LinkedIn verbieden. De herformulering beperkt het verbod tot functies die schijn van invloed kunnen wekken.
➢ Nieuw.
7. Enige praktijkregels
Regel 39
De advocaat dient in zijn contacten met derden misverstand te vermijden over de hoedanigheid, waarin hij in de gegeven situatie optreedt.
➢ Nieuw.
Toelichting Nederland: De omstandigheid dat een advocaat permanent op tableau staat ingeschreven en dus altijd advocaat is, neemt niet weg dat de betreffende persoon daarnaast(ook beroepsmatig) in een andere hoedanigheid kan optreden. Volgens vaste tuchtrechtspraak brengt het in een andere hoedanigheid optreden niet mee dat de advocaat niet (meer) aan het tuchtrecht onderworpen is. Als de advocaat zich bij de vervulling van die taak zodanig gedraagt dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad, zal in het algemeen sprake zijn van een handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt waarvan hem een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.
Ter bevordering van de rolzuiverheid dient de advocaat tegenover zijn cliënt en in zijn contacten met derden ervoor zorg te dragen dat geen misverstand kan bestaan over de hoedanigheid waarin hij in een gegeven situatie optreedt. Dit vereist een actieve houding waarbij de advocaat bewust stilstaat bij de vraag of hij in een concreet geval optreedt in zijn partijdige rol als advocaat. Het kenbaar maken van de hoedanigheid heeft tot gevolg dat voor een ieder helder is wat wel en niet van de advocaat mag worden verwacht in zijn optreden, ook ten aanzien van de geheimhouding.
In algemene zin geldt dat de wettelijke geheimhoudingsplicht en het daarmee samenhangende verschoningsrecht onlosmakelijk zijn verbonden met de (partijdige) hoedanigheid van advocaat: zie ook gedragsregel 3 en de toelichting daarop. Het verschoningsrecht strekt zich uit over hetgeen de advocaat, in die hoedanigheid, als zodanig is toevertrouwd. Dit doet niet af aan het feit dat bij optreden in andere hoedanigheid uiteraard wel andere vormen van verplichtegeheimhouding kunnen bestaan (bijvoorbeeld voortvloeiend uit een overeenkomst), waarbij het schenden daarvan eveneens tuchtrechtelijk verwijtbaar kan zijn.
Het voorgaande geldt ook voor het optreden van de advocaat als feitenonderzoeker. Waar het onderscheid in optreden als advocaat dan wel mediator of curator doorgaans eenvoudig te maken is - een mediator of curator is immers altijd onpartijdig - is dat bij optreden als feitenonderzoeker lastiger. Feitenonderzoek kan zowel in de hoedanigheid van advocaat plaatsvinden als in de hoedanigheid van onafhankelijk feitenonderzoeker (bedoeld wordt objectief/onpartijdig). Uit de tuchtrechtspraak volgt dat de advocaat in het geval van feitenonderzoek bij aanvang duidelijk moet maken en vast moet leggen in welke hoedanigheid hij optreedt: als advocaat die feitenonderzoek verricht ten einde de eigen cliënt te kunnen adviseren over diens rechtspositie of als ‘onafhankelijk’ feitenonderzoeker die zich als zodanig naar derden presenteert (een andere hoedanigheid). De tuchtrechter overweegt ‘‘aan een dergelijke presentatie als onafhankelijk onderzoeker zal in het maatschappelijk verkeer en door derden immers het vertrouwen worden ontleend dat er objectief en onpartijdig onderzoek wordt/is verricht en niet een partijdig onderzoek waarbij de onderzoeker zich laat leiden of heeft laten leiden door de belangen van zijn cliënt’’ (HvD, 2 juni 2023, nr. 220240, ECLI:NL:TAHVD:2023:59). Het kenbaar maken van de hoedanigheid kan op verschillende momenten en op verschillende manieren plaatsvinden; vanzelfsprekend in de opdrachtbevestiging maar bijvoorbeeld ook in een advies of rapport en in een uitnodiging voorafgaand aan onderzoeksactiviteiten zoals interviews.
Indien de hoedanigheid bij degene met wie de advocaat communiceert bekend is, hoeft hij deze niet steeds opnieuw bekend te maken.
Regel 40
De advocaat dient zich te onthouden van het verstrekken van feitelijke gegevens, waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist zijn.
➢ Nieuw.
Toelichting Nederland: Met betrekking tot de wederpartij geldt de vaste maatstaf dat de advocaat van de wederpartij een grote mate van vrijheid toekomt de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die hem goeddunkt, maar dat deze vrijheid onder meer kan worden ingeperkt indien de advocaat feiten poneert waarvan hij weet of redelijkerwijs kan weten dat zij in strijd met de waarheid zijn. Met betrekking tot deze beperking moet voorts in het oog worden gehouden dat de advocaat de belangen van zijn cliënt dient te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft en dat hij in het algemeen mag afgaan op de juistheid van dat feitenmateriaal en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren.Van schending van deze regel is slechts sprake indien een advocaat feitelijke gegevens verstrekt waarvan hij weet althans behoort te weten dat die onjuist zijn. Dat is niet het geval indien blijkt dat de advocaat is uitgegaan van de juistheid van de stellingen van zijn cliënt en dat hij ook geen reden heeft gehad om daaraan te twijfelen. De wijze waarop de stellingen vervolgens worden gepresenteerd is aan de advocaat, zij het dat dit dient te gebeuren binnen de grenzen van de gedragsregels (RvD Den Haag 12 mei 2014, ECLI:NL:TADRSGR:2014:146).
De tuchtrechter heeft wel geoordeeld dat het openbaar belang bij een goede rechtspleging zich ertegen verzet dat een advocaat een rechter willens en wetens verstoken laat van informatie waarvan de advocaat weet of moet weten dat deze wezenlijk is voor de oordeelsvorming van de rechter (HvD 5 juni 2009, Advocatenblad20 augustus 2010). Een en ander houdt verband met de in het burgerlijk procesrecht sinds 2002 geldende waarheidsplicht als bedoeld in artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en de substantiëringsplicht en bewijsaandraagplicht als bedoeld in artikel 111, derde lid Rv. Op grond van artikel 21 Rv zijn partijen immers verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.
Door onjuiste informatie te verschaffen aan de civiele rechter (ook door opzettelijk een feit dat van belang is voor de gevraagde beslissing te verzwijgen), wordt bewerkstelligd dat een partij de voor haar op de voet van artikel 21 Rv bestaande verplichting om een feit dat van belang is voor de gevraagde beslissing volledig en naar waarheid aan te voeren, schendt, waarmee de advocaat dan voorts handelt in strijd met regel 6 (regel 30 oud).
In het strafproces ligt deze verplichting, gelet op het nemo-teneturbeginsel, genuanceerder. Het zwijgrecht van de verdachte, de geheimhoudingsplicht en het daarmee samenhangende verschoningsrecht van de advocaat, kunnen er in een strafrechtelijke procedure toe leiden dateen advocaat zich zal onthouden van het verstrekken van gegevens die belastend kunnen zijn voor zijn cliënt. Het uitgangspunt blijft evenwel dat een advocaat geen onwaarheden mag debiteren. De advocaat mag in het belang van zijn cliënt uiteraard wel naar voren brengen dat zijn cliënt een bepaald standpunt inneemt (zoals met betrekking tot diens schuld of onschuld), of naar voren brengen dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen is.
Onder het begrip ‘rechter’ wordt zowel de individuele functionaris als de instantie begrepen. Met deze terminologie wordt niet bedoeld de toepasselijkheid van deze regel (en andere gedragsregels waar de rechter wordt genoemd) te beperken tot alleen de overheidsrechter. De regel is ook toepasselijk op een procedure voor de tuchtrechter of een arbitraal college.
Regel 41
De advocaat dient zich in woord en geschrift niet onnodig grievend uit te laten.
➢ Regel 3 (oud). Ongewijzigd.
Regel 42
1. Indien de advocaat bij de behandeling van een zaak diensten van derden inroept of getuigen oproept, moet hij instaan voor de aan hen toekomende vergoedingen en honoraria, tenzij hij een uitdrukkelijk voorbehoud maakt.
2. Het in lid 1 bepaalde geldt niet, indien de advocaat iemand uitnodigt om als arbiter of als bindend adviseur op te treden.
3. Het in de voorgaande leden bepaalde geldt ook in zaken, waarin de advocaat kosteloze rechtsbijstand verleent.
➢ Regel 41 (oud). Ongewijzigd.
Regel 43
1. De advocaat moet ervoor zorgen, dat de organisatie en inrichting van zijn kantoor in overeenstemming zijn met de eisen van een goede praktijkuitoefening.
2. De advocaat behoort in het algemeen gedurende de normale kantooruren bereikbaar te zijn. Bij afwezigheid draagt hij zorg voor een passende waarneming van zijn praktijk.
➢ Regel 32 (oud). Ongewijzigd.
3. De advocaat is gehouden tot nauwgezetheid en zorgvuldigheid in geldelijke
aangelegenheden.
4. Ontvangen gelden moeten zo spoedig mogelijk aan de rechthebbende worden
afgedragen.
5. Is het noodzakelijk dat de advocaat gelden van zijn cliënt of van derden geruime tijd onder
zich houdt, dan is hij verplicht deze gelden te allen tijden beschikbaar te hebben en er
voor te zorgen dat deze gelden niet vermengd worden met eigen gelden.
➢ Regel 37 (oud). Ongewijzigd.
Regel 44
1. De advocaat, die een functie vervult bij enig college, dat met rechtspraak of beslechtingvan geschillen op andere wijze is belast, onthoudt zich van elke bemoeienis met een zaak, waarin hij in die functie werkzaam is, is geweest of zal worden betrokken.
2. Het staat de advocaat, die deel uitmaakt van een samenwerkingsverband, niet vrij bemoeienis te hebben met een zaak, die beoordeeld is of wordt door een college, waarin een tot hetzelfde samenwerkingsverband behorende advocaat een functie vervult, indien deze bij de behandeling door het college is of zal worden betrokken.
➢ Regel 36 (oud). Ongewijzigd.
Regel 45
De advocaat mag een opdracht van een tussenpersoon, die niet als advocaat is ingeschreven uitsluitend aanvaarden, indien hij ervan overtuigd is, dat de opdracht met instemming van de cliënt is gegeven en hij zich bovendien het recht heeft voorbehouden zich te allen tijde rechtstreeks met de cliënt te verstaan.
➢ Regel 40 (oud). Ongewijzigd.
Regel 46
1. Het is de advocaat niet toegestaan, zonder mededeling vooraf aan degene met wie hij spreekt, iemand aan de telefoon te laten meeluisteren of de inhoud van een gesprek op een geluidsdrager vast te leggen.
➢ Regel 43 (oud). Voorheen opname inbrengen als bewijs ook expliciet verboden.
2. Is een gesprek met een andere advocaat met diens goedvinden op een geluidsdrager vastgelegd, dan vindt regel 12 overeenkomstige toepassing.
Regel 47
Bij een tuchtrechtelijk onderzoek of een verzoek om informatie door de deken, dat met een mogelijk tuchtrechtelijk onderzoek verband houdt, is de advocaat tegen wie het onderzoek of de controle is gericht, verplicht alle gevraagde inlichtingen aanstonds te verstrekken, zonder zich op zijn geheimhoudingsplicht te kunnen beroepen, behoudens in bijzondere gevallen. De advocaat, die overweegt zich op de aanwezigheid van een bijzonder geval te beroepen, overlegt met dedeken. De omschrijving van bijzondere gevallen is aangescherpt om te voorkomen dat geheimhouding als te ruime uitzondering wordt ingeroepen.
➢ Regel 44 (oud). Gewijzigd.
Regel 48
Een advocaat mag leden van zijn personeel, die niet als advocaat zijn ingeschreven, slechts zaken laten behandelen, wanneer hij er zich van overtuigd heeft, dat zij daartoe ook de bekwaamheid hebben, wanneer hij het terrein, waarop zij dit mogen doen, heeft afgebakend en wanneer ditonder zijn toezicht gebeurt. Hij blijft tegenover zijn cliënt voor de behandeling van de zaken en de gegeven adviezen verantwoordelijk.
➢ Regel 42 (oud). Ongewijzigd.
________